Kenmerken van de Chow Chow

De Chow vertoont katachtige trekken en gaat graag zijn eigen gang



Een hond van goud met een blauwe tong

De hond met de blauwe tong

De hond met de blauwe tong’, zo staat de Chow bekend. Die blauwe tong is inderdaad bijzonder, maar komt ook voor bij de Shar Pei. Twee kenmerken zijn echter specifiek voor de Chow. Dat zijn de steltachtige gang en de scowl (spreek uit: skaul). De steltgang wordt veroorzaakt door de steile achterhand. De fronsende, afstandelijke gezichtsuitdrukking die met scowl wordt aangeduid ontstaat door een samenspel van vorm en plaatsing van de ogen en de oren.


Karakter

Naast een uniek uiterlijk heeft de Chow ook een apart karakter. Natuurlijk, hij is een hond en moet ook als hond worden behandeld, maar z’n gedrag vertoont katachtige trekken. Hij gaat graag z’n eigen gang. Laat zich nauwelijks commanderen, heeft een ‘harde kop’. Kan zich heel goed in z’n eentje vermaken. Vreemden laten hem meestal koud.


Uitgesproken

Uiterlijk en karakter samen geven aan de Chow een majestueuze, leeuwachtige, uitstraling. Aan charmeren doet een Chow niet en hem paaien is moeilijk, dus als buitenstaander vriendjes met hem worden is niet makkelijk. Maar door hem geïntrigeerd worden overkomt bijna iedereen die er eenmaal een gezien heeft.
Een Chow is er voor zijn eigen mensen. Die hebben een toegewijde vriend aan hem. In zijn eigen kring is de Chow niet die koele kikker die hij lijkt te zijn.

Je kunt een Chow leren met kinderen om te gaan (en omgekeerd). Ben je echter specifiek op zoek naar een kameraad voor de kinderen, dan zijn er legio rassen die op dat punt vermoedelijk beter voldoen.
Een volwassen Chow is beheerst, hij blaft weinig, kan goed een tijdje alleen zijn en zal niet gauw iets slopen. Zindelijk kan hij al zijn vanaf vier weken.
Wie eenmaal het aangename gezelschap van een Chow heeft leren waarderen, zal datzelfde niet snel bij een ander ras vinden. Soms is de Chow in een land wel eens moderas geweest, maar dat is altijd weer snel voorbij. Om bij de grote massa te passen is hij te uitgesproken en op straat kom je Chows dus niet vaak tegen. Het is een ras voor de ware liefhebber, sommige mensen hebben dus nooit anders dan een Chow.


Vacht en kleur

De Chow Chow komt voor in twee vachtvariëteiten en zes kleuren. De overgrote meerderheid is langharig. Daarnaast bestaan er kortharige. Beide vachtlengten zijn origineel.
De vachtkleur mag zijn rood, zwart, fawn, blauw, crème en wit. Eenkleurig, maar enige schakering in kraag en broek is toegestaan. Rood en het aan rood verwante, minder gepigmenteerde, fawn komen voor in verschillende intensheid van tint. Rood is van alle kleuren het meest geliefd en komt ook het meest voor. Dat komt omdat de typische scowl vooral bij deze kleur prachtig tot uitdrukking komt.
Zwart en rood zijn de basiskleuren in de fokkerij. Fawn, blauw en crème komen minder voor en zijn moeilijker goed te fokken. Wit lijkt uitgestorven.
Kleuren en vachtlengten worden door elkaar gefokt.

amber
Amber, fawn langhaar teef
Foto I. van Beekum

inherin
Ehrin, blauw langhaar teef


Amarant Rosa
Rosa, rood langhaar teef

germke
Germke, zwart korthaar teef
Foto I. van Beekum

Kuukivi_creme
Kuuki, crème korthaar teef.
Foto A. van Kempen