FCI standaard van de Chow Chow

De FCI is het overkoepelend internationaal orgaan van de kynologie



Een hond van goud met een blauwe tong

FCI standaard van de Chow Chow

FCI nummer 205
Land van oorsprong China
Land van patronage Groot-Brittanië
Publicatiedatum  actuele standaard 13-10-2010
Gebruik Waakhond, gezelschapshond
FCI indeling Groep 5 Spitsen en oertypen
Sectie 5 Aziatische spitsen en verwante typen
Korte historische samenvatting De voorouders van de Chow worden toegeschreven aan China, waar hij werd gehouden als waakhond en ook werd gebruikt om te jagen. De Chow is meer dan 2000 jaar bekend in China en is verwant aan de spitsen van het Scandinavische type, ook is er enige verwantschap aan de mastiff. Doordat China een "gesloten deur" beleid had ten opzichte van de rest van de wereld kwamen er pas Chows in andere landen rond 1800. Hij vond zijn weg naar Engeland in de late 18e eeuw en viel daar pas echt op in de 20'er jaren van de 19e eeuw toen er een aantal op de Crufts werden geshowd.
Algemene verschijning Actief, compact, met korte lendenen en in alle onderdelen volkomen harmonieus, leeuwachtig voorkomen, trots met waardige houding. Vast stabiel lichaam. Staart goed over de rug gedragen. Moet altijd vrij kunnen bewegen en niet zoveel vacht hebben dat activiteit wordt belemmerd of ongemak wordt veroorzaakt bij heet weer. Een blauw-zwarte tong is karakteristiek.
Belangrijke proporties De afstand van de schoft tot de elleboog is gelijk aan de afstand van de elleboog tot de grond.
Gedrag en karakter Rustig, goede waakhond. Onafhankelijk, trouw, maar afstandelijk.
Hoofd - Schedel Schedel vlak en breed. Stop niet uitgesproken.
Hoofd - Aangezicht
Neus Groot en breed en in alle gevallen zwart (behalve in crème en bijna witte Chows bij wie een lichtergekleurde neus acceptabel is, en een identiek gekleurde in de blauwe en fawns). Maar zwart heeft in alle gevallen de voorkeur.
Snuit Matig van lengte, breed vanaf de ogen tot het einde (niet spits toelopend als bij de vos). Goed opgevuld onder de ogen.
Lippen Een volledig zwarte mond inclusief verhemelte en lippen met een blauw-zwarte tong is ideaal. Maar enige verdunning in tandvlees bij blauwe en fawn honden kan voorkomen en deze verdunning mag meer geprononceerd zijn bij crème en witte Chows.
Kaken/gebit Tanden sterk en op een lijn, kaken sterk met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, dat wil zeggen dat de boventanden net over de ondertanden sluiten en recht in de kaak staan.
Ogen Donker, ovaal, middelmatig van formaat, en schoon. Een oog in een harmoniërende kleur is toegestaan bij de blauwe en de fawns. Een schoon oog, vrij van entropion, mag nooit alleen vanwege het formaat worden achtergesteld.
Oren Klein, dik, aan de bovenkant iets afgerond, stijf gedragen en wijd uiteen, maar wel schuin boven het oog staand en iets naar elkaar toewijzend, resulterend in de fronsende uitdrukking die zo kenmerkend is voor het ras. De frons (scowl) mag nooit bereikt worden door losse gerimpelde hoofdhuid.
Hals Sterk, vol, niet kort, goed op de schouders geplaatst en licht gebogen. Van voldoende lengte om het hoofd trots boven de toplijn te dragen.
Lichaam
Rug Kort, recht en sterk.
Lendenen Krachtig.
Borstkas Breed en diep, goed gewelfde ribben, maar niet tonvormig.
Staart Hoog aangezet en goed over de rug gedragen.
Ledematen
Schouders Gespierd en schuin aflopend.
Elleboog Gelijke afstand tussen schoft en de grond.
Onderarm Volkomen recht, met goed bot.
Voorvoeten Klein, rond, katachtig, goed op de tenen staand.
Achterhand  
Algemene verschijning In profiel staat de voet direct onder het heupgewricht.
Bovenbeen Goed ontwikkeld.
Knie Slechts licht gebogen.
Onderbeen Goed ontwikkeld.
Middenvoet Hakken laag aangezet. Vanaf de hakken naar beneden recht lijkend, nooit naar voren buigend.
Achtervoeten Klein, rond, katachtig, goed op de tenen staand.
Gang en beweging Relatief korte passen makend, achtervoeten worden niet hoog opgetild, het lijkt alsof ze over de grond scheren, resulterend in een beweging die lijkt op die van een klepel (wanneer dit in profiel wordt gezien). De kenmerkende korte gang laat het toe dat de hond vrij beweegt, nooit voortsjokkend en met excellent uithoudingsvermogen. Voor- en achterbenen parallel bewegend ten opzichte van elkaar en recht vooruit. Honden zouden altijd vrij en gezond moeten kunnen bewegen, zonder enig teken van ongemak.
Vacht
Vachtlengte Langharig of kortharig.

Langharig: Overvloedig en rijkbehaard, dicht, recht en uitstaand maar nooit buitensporig van lengte. Bovenvacht nogal grof van structuur, met een zachte, wollige ondervacht. Speciaal dicht om de hals in de vorm van manen of kraag, en aan de achterkant van de dijbenen een rijke bevedering of broek.

Kortharig: Vacht kort, vol, dicht, recht, overeind staand, niet vlakliggend, structuur als van pluche.

Iedere kunstmatige inkorting van de vacht, die de natuurlijke belijning of uitdrukking verandert, moet worden bestraft. Met uitzondering van de voeten die mogen worden getoiletteerd.
Kleur Eenkleurig zwart, rood, blauw, fawn, crème of wit. Vaak geschakeerd maar niet gevlekt of bont (eind van de staart en de achterkant van de dijbenen vaak lichter van kleur).
Grootte Schofthoogte reuen 48-56 centimeter (19-22 inches), teven 46-51 centimeter (18-20 inches).
Fouten Elke afwijking van het voorgaande moet als fout worden beschouwd. De mate waarin de fout moet worden aangerekend moet in overeenstemming zijn met de ernst ervan en de gevolgen ervan voor gezondheid en welzijn van de hond.
Diskwalificerende fouten

Agressief of te terughoudend.
Elke hond die duidelijk psychische of gedragsafwijkingen vertoont zal worden gediskwalificeerd.

NB Reuen moeten twee duidelijk waarneembare normale testikels hebben die volledig in het scrotum moet ijn afgedaald.