Brachycephalic Obstructive Airway Syndrome ofwel: BOAS, is een groep van afwijkingen waarbij de voorste luchtwegen deels geblokkeerd worden. Dit kan door een kortere schedel of een platte snuit. Bekende rassen met BOAS zijn bijvoorbeeld de bulldoggen en mopshondjes. Maar ook bij de chows hebben we aandacht voor BOAS.
Honden met BOAS kunnen ademhalingsproblemen hebben, maar ook slaapproblemen en/of maagdarmklachten en kunnen slecht tegen inspanning en warmte. Om te onderzoeken of een hond ‘brachycefaal’ is, zijn er in Nederland twee verschillende onderzoeken die je met je hond kan doen. Het zogeheten ‘Stoplichtmodel’, ontwikkeld door de Universiteit Utrecht en de ‘Cambridge methode’, ontwikkeld door de Cambridge University.
Als fokker ben je aansprakelijk voor de keuze van de ouderdieren en het fokken van de pups. Je bent juridisch verantwoordelijk in het kader van artikel 3.4 van de wet dieren. Honden die ernstige ademhalingsproblemen hebben voldoen niet aan artikel 3.4.
1. Het ‘Stoplichtmodel’
De faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht heeft in opdracht van de overheid een ‘stoplichtmodel’ ontwikkeld om te bepalen of een hond kenmerken bezit die de kans op BOAS bij zijn of haar nageslacht vergroot. Zij onderscheiden zes handhavingscriteria waaraan een hond minimaal moet voldoen. Deze test wordt gesteund door de NVWA en mag door iedere dierenarts worden uitgevoerd. De criteria waarnaar gekeken wordt zijn uiterlijke kenmerken:
- Bijgeluiden bij de ademhaling in rust
- Neusopeningen
- De craniofaciale ratio (verhouding tussen neuslengte en schedellengte)
- De aanwezigheid van een neusplooi
- De zichtbaarheid van het oogwit
- Het wel of niet volledig kunnen sluiten van de ogen
Deze methode heet het stoplichtmodel omdat er een zogenaamd “stoplicht-principe” wordt aangehouden. Waarbij als eerste stap honden met de meest extreme uiterlijke kenmerken (rood) als grens worden gesteld. Hier mag niet mee gefokt worden. De honden met minder extreme uiterlijke kenmerken (oranje), worden de komende jaren nog wel gedoogd. Na een paar jaar zou de grens moeten worden aangescherpt, zodat er uiteindelijk in de toekomst alleen gefokt wordt met honden die voldoen aan de ideale norm (groen).
Wanneer scoort een hond groen, oranje of rood?
De Universiteit van Utrecht heeft een rapport geschreven over deze methode. In dit rapport staat op pagina 26 een tabel met de criteria en normen voor toetsing. In het kort: een hond die overal aan voldoet scoort groen. Bij oranje zijn er milde afwijkingen. En bij rood is er bijvoorbeeld sprake van ernstige snurkgeluiden of een extreem korte neuslengte.
Meer informatie staat op de website van de UU.
2. De Cambridge-test
Deze test is ontwikkeld door de Cambridge University en kijkt niet alleen naar alleen uiterlijke kenmerken. De Cambridge University heeft de afgelopen tien jaar gezondheidsonderzoek gedaan naar kortsnuitige honden. Dit leidde tot de
ontwikkeling van een screeningmethode waarmee kortsnuitige honden kunnen worden beoordeeld op ademhalingsproblemen.
Bij deze test wordt het complete ademhalingsorgaan meegenomen. Dat betekent dat de hond zowel in rust, als na activiteit beoordeeld wordt.
- Een speciaal getrainde dierenarts beoordeeld de ademhaling in rust (met een fonendoscoop/stethoscoop).
- De hond moet drie minuten rennen (+/- 8km per uur) aan een korte lijn, naast de baas (dit vereist ook enig uithoudingsvermogen van de baas)
- Vervolgens wordt de hond nog een keer beoordeeld.
Aan de hand van een lijst van criteria wordt de gradering – de mate waarin de hond BOAS heeft – bepaald. De test kan uitgevoerd worden vanaf dat de hond twaalf maanden is.
De BOAS graderingen
De Cambridge-test laat de aan- of afwezigheid van BOAS zien in een graderingsysteem, ook wel Respiratory Function Grading Scheme (RFG scheme) genoemd.
- Graad 0: geen klinische BOAS; de hond is vrij van BOAS-tekenen. Is hij jonger dan 2 jaar, dan wordt een jaarlijkse controle aanbevolen. BOAS kan zich later in het leven ontwikkelen.
- Graad 1: geen klinische BOAS, maar wel milde BOAS-tekenen, die geen effect hebben op de conditie/ activiteiten. Is de hond jonger dan 2 jaar, dan wordt jaarlijkse controle aanbevolen. BOAS kan zich later in het leven ontwikkelen.
- Graad 2: klinische BOAS; matige BOAS-tekenen die gemonitord moeten worden en die mogelijk veterinair ingrijpen behoeven.
- Graad 3: klinische BOAS; ernstige BOAS-tekenen die veterinair verder beoordeeld en behandeld moeten worden door de eigen dierenarts. Fokken wordt afgeraden.
Voor sommige shows in het buitenland is een BOAS test verplicht. De Cambridge-test voorziet hierin.
Testen op 19 oktober
Het bestuur van de NCCC heeft besloten choweigenaren de mogelijkheid te bieden om hun chow te laten testen op BOAS. Hiervoor bieden we op 19 oktober de kans om beide testen of een van de twee testen te laten doen. Voor de leden van de NCCC neemt de vereniging de kosten voor haar rekening.



